"God is getrouw ..."

1Kor.1:9

Gebed om Herleving

Gebed om Herleving

"God is getrouw ..."

1Kor.1:9

"... Die het ook doen zal"

1Thess. 5:24

Uitwerkingen / Gezinsgodsdienst / M. Henry

In Jozua 24:14 spreekt Jozua de bekende en belangrijke woorden: "Aangaande mij en mijn huis, wij zullen de Heere dienen"! De bekende Bijbel-commentator Matthew Henry tekent daarbij o.a. het volgende aan:

"Aangaande mij en mijn huis, wij zullen de Heere dienen! wat gij ook doet of besluit, wij zullen de Heere dienen, en ik hoop dat gij allen van dezelfde gezindheid zult zijn". Hier besluit hij: 

Ten eerste voor zichzelf: Mij aangaande, ik zal de Heere dienen. De dienst van God is in niets beneden de waardigheid van de grootste mannen. Het is zo weinig een verkleining ofvermindering voor vorsten en personen van de eersten rang om Godsdienstig te zijn, dat het integendeel hun grootste eer is en hun de schitterendste erekroon toevoegt. Let er op hoe bepaald en beslist hij is: "Ik zal God dienen." Het is geen verkorting van onze vrijheid, om ons aan God te verbinden.

Ten tweede. Voorzijn huis, dat is: zijn gezin, zijn kinderen en dienstboden, die onmiddellijk onder zijn oog en zijn zorg waren, onder zijn toezicht enzijn invloed. Jozua was een heerser, een richter in Israël; toch wil hij zijn bezig zijn met de openbare zaken niet als verontschuldiging aanwenden voor het veronachtzamen van de huisgodsdienst. Zij, die de zorg hebben over vele gezinnen zoals magistraten en leraren,moeten zeer bijzonder zorgdragen voor hun eigen gezin, 1 Timotheus 3:4, 5. Ik en mijn huis, wij zullen de Heere dienen.

1. "Niet mijn huis, zonder mij". Hij wilde hen niet verbinden tot dat werk, waaraan hijzelf de hand niet wil slaan, zoals sommigen, die hun kinderen en dienstboden Godvruchtig willen hebben, maar niet zelf Godvruchtig willen zijn, dat is, zij willen, dat zij naar de hemel gaan, maar leggen het er op toe zelf naar de hel te gaan.

2. "Niet ik, zonder mijn huis". Hij veronderstelt verlaten te kunnen worden door zijn volk, maar in zijn huis, waar zijn gezag groter en meer onmiddellijk was, daar zal hij heersen. Als wij niet zovelen als wij wensen tot de dienst van God kunnen brengen, dan moeten wij er zovelen toe brengen als wij kunnen, en onze pogingen uitstrekken naar de uiterste kring van onze werkzaamheden. Als wij het land niet kunnen hervormen, zo laat ons de ongerechtigheid ver van onze eigen tabernakel wegdoen.

3. "Eerst ik, en dan mijn huis". Zij, die in andere dingen leiden en besturen, behoren de eersten te wezen in de dienst van God en voor te gaan in de beste dingen. Eindelijk. Hij besluit dit te doen, wat de anderen ook mogen doen. Al zouden ook al de gezinnen van Israël van God afvallen en afgoden gaan dienen, dan zal toch Jozua met zijn gezin de God Israëls trouw blijven aanhangen. Zij, die besluiten God te dienen, moeten er niet om geven, als zij enig zijn in hun soort, en zich niet door de grote menigte laten aftrekken van Zijn dienst. Zij, die op weg zijn naar de hemel, moeten bereid zijn om tegen de stroom in te zwemmen, niet doen zoals de meesten doen, maar zoals de besten doen.

• Uit een preek
• Dagelijks onderwijs