"God is getrouw ..."

1Kor.1:9

Gebed om Herleving

Gebed om Herleving

"God is getrouw ..."

1Kor.1:9

"... Die het ook doen zal"

1Thess. 5:24

Geschiedenis / Afrika

 

 

Enige kenmerken van de Oost-Afrika Revival

 

De Oost-Afrika Revival is ca. 1930 ontstaan vanuit het zendingswerk van de C.M.S. (Church Missionary Society, een zendingsorganisatie van de Anglicaanse Kerk). Deze opwekking bereikte het hoogtepunt van 1935-1955, maar tot heden toe is het vuur brandende gebleven! Vanuit Oeganda, Ruanda en Burundi heeft dit vuur zich verspreid over verscheidene landen, en door de internationale bediening van o.a. dr. Joe Church en William Nagenda zelfs over verschillende continenten. In Engeland werd Roy Hession diep geraakt en mocht zijn bediening in vele landen tot eeuwige zegen zijn. Vooral zijn boekje ‘The Calvary road’ (De weg van Golgotha) is een juweel dat in ongeveer vijftig talen is vertaald en stromen van zegen heeft voortgebracht. Bijzonder door de Heere gebruikt zijn ook de z.g. ‘Motto-cards’ van dr. Joe Church, waarvan de eerste kaart persoonlijke herleving uitbeeldt, nl. als de ‘I’ wordt omgebogen tot ‘C’, niet ik, maar Christus. De tweede kaart laat ons zien hoe twee christenen zich samen verootmoedigen en zonden belijden, want dat is de weg waarop herleving in de omgang met onze naaste kan plaatsvinden (in het gezin en in de kerk).

 

Zie: Motto-card 1 en Motto-card 2

 

 

Het volgende citaat is uit het boekje Revival – A precious heritage van dr. H.H. Osborn, die zelf jarenlang zendeling was in het gebied waar de Oost-Afrika Revival plaatsvond:

 

“Het voornaamste van wat in de opwekking helder en scherp naar voren kwam, was de werkelijkheid van een ondervinding van God Zelf, van ogenblik tot ogenblik. Het werd zeer duidelijk dat het niet louter een kwestie is van meer waarheden omtrent God te kennen, maar eerder dat de gekende waarheden werkelijk gemaakt worden door Zijn tegenwoordigheid. Het getuigenis van de Afrikanen onderstreepte de bevrijding der ziel van de verblindende gevolgen der boze machten die God gaf aan degenen die in gemeenschap met Hem waren. Verzoening met God werd gezien als meer dan het aannemen van de Bijbelse waarheid, het was een bevrijding van de boze en verblindende kracht van Satan, waarvoor in de plaats kwam de bevrijdende en bekwaam makende kracht van de inwonende Heilige Geest.

De Bijbel leert dat zonde van God scheidt. Die waarheid wordt in tijden van herleving dramatisch scherp gesteld. Het wordt pijnlijk helder dat de scheiding van God die de zonde teweegbrengt, een veel grotere afgrond is dan in het begin erkend wordt. Zonde laat geen gemeenschap toe tussen God en de zondaar die nog geen vergeving ontvangen heeft. Alle zonde scheidt, zelfs de schijnbaar onbeduidende. Tenzij er berouw over de zonde is en Gods vergeving ontvangen wordt, scheidt zonde de zondaar eeuwig van God, en dat wordt gezien als die ontzaglijke Hel waarvan de Bijbel spreekt. Opwekking brengt de verdoemenis van Gods Wet scherp naar voren als het middel om de zonde te tonen als opstand tegen God. Maar er is meer dan dat. Het breken van de geboden wordt gezien als meer te zijn dan een formele zaak; het is het breken van het hart van de God der liefde, Die de wetten maakte, zodat wij zouden kunnen weten wat Hij, in Zijn liefde voor ons, had bedacht als het beste voor ons. ‘De zonde is mij de dood geworden, opdat zij zou openbaar worden zonde te zijn, werkende mij door het goede (de Wet) de dood; opdat de zonde bovenmate werd zondigende [1] door het gebod’ (Rom. 7:13).

Wanneer God de zonde scherp aantoonde, was de openbaring verpletterend. Tezelfdertijd openbaarde Hij met grote kracht dat Zijn grootste verdoemenis vergezeld wordt door Zijn grootste aanbod van barmhartigheid en vergeving. Het is, in feite, Gods liefdehart dat overtuiging van zonde teweegbrengt, niet om eeuwig te verdoemen als Zijn doel, maar om vergeving en vrede te brengen en Zijn liefde in staat te stellen om gedeeld te worden door de berouwvolle zondaar, die vergeving ontvangen heeft. Met de woorden van de Apostel Johannes: ‘Wij hebben Hem lief, omdat Hij ons eerst liefgehad heeft.’ (...)

Men kan gemakkelijk denken dat deze ‘zondigheid der zonde’ alleen persoonlijk gezien moet worden, en, vanzelfsprekend, moet het daar beginnen. Maar ook de kerk en de zending moest bereikt worden. Dr. Algie Stanley Smith schreef in een verslag voor de jaren 1938-1940: ‘Het schijnt mij toe dat (...) Gods eerste voornemen in de opwekking geweest is de kerk te reinigen. Het is verbazend voor ons te zien wat de Heilige Geest heeft gedaan. Er is een diepe bewustheid van zonde in de harten van het volk en, onder de leiders, een grote en brandende ijver voor heiligheid. In het algemeen gesproken is dit gepaard gegaan met ware vernedering. De leiders zijn het nederigst van allen. (...) Ik heb geen aarzeling om te zeggen dat het algemene gevolg een kerkleiderschap is, dat geen compromis met de zonde heeft (...) maar voordat dit eerste begin in de opwekking tot stand gebracht kon worden, moest God eerst met de zending handelen. En dit heeft Hij dit jaar te Gisenyi gedaan (...) We waren in een ernstige staat van onderling wantrouwen en het schijnt werkelijk, alsof God in die ene week dit alles wegvaagde en ons tezamen aaneensmeedde tot een eenheid in gemeenschap die we nimmer tevoren gekend hebben.’ Zonde scheidt niet alleen mannen en vrouwen van God, maar scheidt hen ook van elkaar.

De uitdrukking, het Bloed van Christus, dikwijls vermeden in vele Christelijke kringen, werd in de opwekking een centraal thema. In feite is dit zo geweest in alle opwekkingen van de laatste drie eeuwen. Er ligt in deze uitdrukking een betekenis die dieper is dan wat normaal verbonden wordt met de ‘dood van Christus’.Het ‘Bloed van Christus’ waar dikwijls en met grote lofprijzing en blijdschap naar verwezen werd, verwijst naar dat aspect van de dood en opstanding van Jezus Christus, waardoor de zonden van de berouwhebbende zondaar totaal vergeven worden, algeheel weggenomen en vergeten door God de Vader. Het ‘Bloed van Christus’ is Gods weg, en de enige weg, voor de zondaar die onheilig is, om verzoend te worden met God Die heilig is. Het was geen nieuwe boodschap, noch was het in enig opzicht uniek voor de zending, maar in Zijn genade, was het goed in Gods ogen om de verkondiging ervan vergezeld te doen gaan van krachtige openbaringen.'

Dit feit, hier in theologische bewoordingen uitgedrukt, werd in de opwekking een dynamische werkelijkheid voor zowel de zendelingen als de Afrikanen. ‘Zalig gemaakt van zonde’ te zijn en ‘wedergeboren in het huisgezin Gods’, kreeg een geheel andere betekenis, en zo ook de bevinding van gereinigd te worden van de zonde op het moment dat er berouw was over de zonde, en geloof in Christus’ Bloed om met die zonde af te rekenen.

Er werd verder gezien dat, wanneer God de Vader de berouwhebbende zondaar vergeeft en hem of haar rein maakt door het ‘bloed van Christus’, God de Heilige Geest dat leven dan ook vervult in die mate waarin Hem wordt toegestaan dit te doen. Het Christelijke leven is een leven van steeds weer een ‘nieuw begin’ zei Bishop Festo Kivengere. Zo gauw als er iets verschijnt wat de gemeenschap met God en met andere Christenen verbreekt, kan geestelijke ‘koelheid’ invallen. Maar onmiddellijk als er een erkenning is van de oorzaak, en daar berouw over plaatsvindt, dan ‘reinigt het Bloed van Christus’ en ‘de Heilige Geest vervult’. Er is een ‘nieuw begin’!

Het was daarom, met diepere overtuiging, gegrond op Gods Woord, de Bijbel, en ondersteund door hun eigen bevinding van de opwekking, en die van anderen, dat de zendelingen met vertrouwen konden verklaren: In Jezus Christus alleen is er verzoening met God. ‘De zaligheid is in geen ander; want er is ook onder de hemel geen andere naam, die onder de mensen gegeven is, door welke wij moeten zalig worden’ (Hand. 4:12) en ‘het bloed van Jezus Christus, Gods Zoon, reinigt ons van alle zonde’ (1 Joh. 1:7).”

 

N.B. Hoe belangrijk ook voor onze dagen dat de kennis der waarheid, die velen mogen hebben, ook echt tot werkelijkheid wordt. “Het voornaamste van wat in de opwekking helder en scherp naar voren kwam, was de werkelijkheid van een ondervinding van God Zelf, van ogenblik tot ogenblik. Het werd zeer duidelijk dat het niet louter een kwestie is van meer waarheden omtrent God te kennen, maar eerder dat de gekende waarheden werkelijk gemaakt worden door Zijn tegenwoordigheid”!

 

-------

[1] In de Eng. vert. staat: bovenmatig zondig.