"God is getrouw ..."

1Kor.1:9

Gebed om Herleving

Gebed om Herleving

"God is getrouw ..."

1Kor.1:9

"... Die het ook doen zal"

1Thess. 5:24

Geschiedenis / Europa / Wales / Rowland

 

 

Daniel Rowland van Llangeitho (1711-1790)

 

“Daniel Rowland van Llangeitho, Wales, staat naast zijn tijdgenoot George Whitefield in macht, geloof en ijver. In natuurlijke moed en sterkte van karakter, gematigd door vriendelijkheid en liefde, waren er weinigen zoals hij. In vurigheid van geest, in eenvoudigheid van oog en hart, in ontferming voor zielen wordt hij temidden van duizend mensen onderscheiden.

De zegen op zijn bediening was waarlijk wonderbaarlijk. Hij vlamde gelijk een fakkel in majesteitelijke helderheid, terwijl hij de duisternis van zijn vaderlandse bergen verlichtte. Hij ging voort in de sterkte van God, terwijl hij stormen van vervolging verduurde en van vallei tot vallei de blijde boodschap van het heil met zich mee droeg. De kracht van de Geest scheen zijn voetstappen te volgen en zijn woorden waren gelijk scherpe pijlen. Menigten stroomden tezamen om hem te horen, en duizenden erkenden hem als hun vader in Christus.

Een oude man met veel scherpzinnigheid die beide Whitefield en Rowland had gehoord, werd eens door een vriend gevraagd naar de respectievelijke voortreffelijkheden van deze twee machtige mannen. Whitefield, dacht hij, mocht grotere kracht gehad hebben in het arresteren en alarmeren van de onbekeerden, maar Rowland overtrof hem in het opbouwen en vertroosten van de kinderen Gods. Zijn preken waren exact, methodisch, vol inhoud en indrukwekkend wegens hun scherpte en doelgerichtheid. Eenmaal gehoord, werden zij voor het leven in de ziel gegrift. Wanneer hij overweldigd was door een stormloop van gevoelens, scheen Rowland nieuwe kracht, substantie en bezieling te verzamelen. Zijn emotionele uitbarstingen waren ook uitbarstingen van mannelijke gedachten en krachtige waarheid. Zijn woord was als een vuur en als een hamer die een steenrots te morzel slaat, en hij werd bijzonder door God gebruikt in zijn bediening.

 

Belangwekkend is dat Rowland het ambt der bediening aanvaardde voordat hij de kracht van het Evangelie in zijn eigen ziel ondervonden had. Toen hij hoorde dat een naburige predikant zeer gezegend was geworden in het wakker schudden van de zorgelozen, besloot hij zijn voorbeeld te volgen. Aldus poogde hij de verschrikkingen van het oordeel uit te donderen en zijn toehoorders toe te roepen om te vlieden van de toekomende toorn. De mensen stroomden spoedig in menigten naar hem toe, en er wordt gezegd dat tenminste honderd personen onder overtuiging werden gebracht door zijn prediking, voordat hijzelf bekeerd was geworden.

Nochtans, zelfs van het eerste begin af, schijnt hij in ernst geweest te zijn omtrent zijn gemeente. Ofschoon in veel onwetendheid trachtte hij zijn plicht jegens hen te vervullen. Hij wist dat hij over hun zielen was gesteld, en hij wilde niet tevreden zijn totdat hij zag dat een zekere soort van indruk op hen was teweeggebracht. Rowland zag dat, indien er ook maar énige waarheid in de eeuwige werkelijkheden was, de mensen iets behoorden te gevoelen wanneer er tot hen werd gepredikt, liever dan te zitten met droge ogen en geesteloze onverschilligheid wanneer hemel of hel hen werd voorgesteld. Hij werd ook niet lang teleurgesteld. Daar hij zelf in ernst was, werd zijn gemeente aangestoken door zijn ernstigheid, en menigten werden bewogen en versmolten.

Kort na deze periode ontving hij zelf geestelijk leven. Versterkt door verse kracht van de Geest, werd zijn ijver beide gelouterd én ontstoken in een intensere warmte en gloed. Zijn geweten was bezig geweest in zijn voorafgaande werk; nu werden zijn gehele ziel en hart erin geworpen.

Evenwel, gedurende enige tijd na zijn eigen ontwaking, bleef Rowland iets van dezelfde schrikwekkende stijl behouden. De waarheid was dat hij zelf nog steeds in dienstbaarheid en zielsangst was, wringend onder de foltering van een niet gestilde consciëntie. Hij sprak in de bitterheid van zijn geest, predikend als binnen het gezicht van de hel. Zijn waarschuwingen waren gelijk de uitspraken van een plechtig profeet. Zijn stem was gelijk de bazuin van het Laatste Oordeel.

Het duurde bijna twee jaar voordat hij volle vrijheid en vrede der ziel vond. Licht was gedurende enige tijd aan het dagen geweest, maar ten laatste brak het door in volle helderheid. Nu hij vrede voor zijn eigen ziel gevonden had, begon Rowland onmiddellijk die vrede aan anderen te prediken. 

Van het eerste begin af was zijn bediening de weerspiegeling geweest van zijn eigen inwendige geestelijke staat. Hij predikte de wet, omdat hij de wet gevoelde. Hij predikte schrik, omdat hij schrik gevoelde. Nu hij de vrijheid van Christus had gesmaakt, begon hij die te verkondigen. Hij had vergeving gevonden, en hij predikte vanuit hetgeen hij had ondervonden. Hij was verlost geworden van dienstbaarheid en duisternis, en hij verkondigde de weg der verlossing aan anderen. De verandering in zijn prediking werd spoedig opgemerkt en gevoeld. Hij had vele gewonden terneergeworpen, maar nu richtte hij hen op en heelde hen. Hij had de beenderen van velen verbroken, maar nu kwam hij om ze te verbinden. Hij was gezegend geworden als een prediker van de wet, maar hij werd het nog meer als een prediker van het Evangelie. Met een grote begeerte en beweeglijkheid stelde hij nu de vrije zaligheid van Christus voor, terwijl hij de mensen smeekte zich met God te laten verzoenen.

De gevolgen van Rowlands prediking na deze tijd waren opmerkelijk, zowel wegens de grotere aantallen die tot ontwaking werden gebracht, alsook wegens de wijze waarop hun ontwaking plaatsvond. Vroeger werden zij overstelpt door schrik, maar nu werden zij versmolten onder de invloed van blijdschap en liefde. Het scheen gelijk aan de uitstorting van de Geest op de Pinksterdag. Zó krachtig greep de blijde boodschap hun gemoed aan dat velen niet in staat waren om zichzelf in te houden, en overeenkomstig de warmte van de Welse wijze van doen, sprongen zij soms zelfs van blijdschap, terwijl zij de heuvels en valleien deden weergalmen van hun lofgezangen.

 

Dit heerlijke werk werd niet beperkt tot Llangeitho maar breidde zichzelf uit naar elke kant, zich verspreidend over verscheidene graafschappen. Het aantal van de bekeerden in deze tijd werd met duizenden gerekend. De aantallen toehoorders die tezamen kwamen om Rowland te horen waren verbazingwekkend. Tien tot twintigduizend mensen luisterden dikwijls naar hem in de open lucht. Bij zijn maandelijkse sacramentsbedieningen predikte hij gewoonlijk uit één van de kerkramen tot de buitenstaande menigte. Zij kwamen uit bijna ieder graafschap in Wales, terwijl sommigen van hen zeventig of tachtig mijl wandelden en naar huis terugkeerden met lofprijzingen op hun lippen.

Gedurende Rowlands bediening werden verscheidene opmerkelijke tijden van opwekking ondervonden. Op geen enkele tijd was zijn prediking onvruchtbaar, maar gedurende zekere perioden vergezelde een grotere zegen zijn bediening. Er kan gevraagd worden waarom het niet één altijddurende oogst was. In Rowlands geval scheen het alsof er een ziftingstijd werd vereist, want nadat hij door verdeeldheden en beproevingen getoetst was geworden, stortte God in 1762 Zijn Geest uit.

In die tijd vond onder zijn prediking een zeer buitengewone godsdienstige opwekking plaats, die gedurende enige tijd daarna overvloedig bleef voortgaan. Het jaar nadat deze opwekking plaatsvond werd Rowland uit de Kerk van Engeland geworpen. Zijn getrouwheid, energie, onvermoeide arbeid en buitengewone zegen waren teveel voor de bisschop van zijn diocese. Zonder enige waarschuwing of specifieke telastleggingen werd hij van zijn preekvergunning beroofd. Hij was de gebeden aan het lezen toen twee anglicaanse predikanten de kerk binnenkwamen om de afzettingsbrief van de bisschop te overhandigen. Hij gehoorzaamde ter plaatse en, terwijl hij de kerk en preekstoel waar hij zo dikwijls met zulk een wonderbaarlijke zegen en kracht had gepredikt, vaarwel toeriep, ging hij wenend en gebroken van hart naar buiten. Na overreding door zijn kudde stond hij op de kerkhofmuur en predikte tot hen. Dit vond plaats in 1763, toen Rowland omstreeks drieënvijftig jaar oud was.

Onmiddellijk werd een grote kapel voor hem opgericht, en het werk Gods ging voort ondanks alle Episcopaalse inspanningen om de vlam te blussen. De opwekking verspreidde zich snel over Wales.

‘De uitstorting van de Geest’, wordt ons verteld, ‘was hoogst wonderbaarlijk in haar gevolgen. Het scheen alsof de gehele kapel te dien tijde was vervuld met een bovennatuurlijk element, en de gehele gemeente werd getroffen door een ongewone ontzetting en aangegrepen door eigenaardige emoties. Honderden werden in tranen gebaad. Sommigen werden overweldigd door smart, anderen door droefheid naar God, en nog anderen verheugden zich met een onuitsprekelijke en heerlijke vreugde.’

Maar de vervolging begon tegen hem toe te nemen. Niet alleen werden er aanvallen gedaan om zijn prediking te verhinderen, maar zijn leven werd verscheidene malen bedreigd. Ondanks alle hindernissen joeg hij voort in zijn nuttige loopbaan, en zegen volgde zijn voetstappen waar hij ook ging. In feite vergezelde deze zegen hem tot het eind van zijn leven.

Zelfs op de leeftijd van zevenenzeventig ging hij nog rond, predikende het eeuwig Evangelie met kentekenen van kracht. Hij zei tot zijn gemeente op de laatste sabbat dat hij hen toesprak: ‘Ik ga bijna heen, en sta op het punt van u weggenomen te worden. Ik ben niet vermoeid van het werk, maar in het werk. Ik geloof dat mijn Hemelse Vader mij spoedig van mijn arbeid zal ontslaan en mij brengen tot mijn eeuwige rust, maar ik hoop dat Hij Zijn genadige tegenwoordigheid bij u zal laten blijven nadat ik ben heengegaan.’

Hij ontsliep in Jezus op zaterdag 16 september 1790, in het zevenenzeventigste jaar van zijn leven en het drieënvijftigste jaar van zijn bediening."

 

Daniel Rowland of Llangeitho, Horatius Bonar

The Banner of Truth Trust