Gebed om Herleving

"God is getrouw ..."

1Kor.1:9

"... Die het ook doen zal"

1Thess. 5:24

Geschiedenis / Europa / Schotland / Edinburgh

 

De Assembly van 1596 te Edinburgh in Schotland

 

“John Davidson van Prestonpans, Schotland, droeg een zware last voor het welvaren van zijn geliefde Kerk en gaf op de Synode van Fife in 1593 en de Assembly van 1594 uitdrukking aan zijn bezorgdheid. Samen met zijn Presbytery van Haddington richtte hij een verzoek aan de Algemene Assembly van de Kerk om tijd apart te zetten voor een Plechtige Vergadering[1] op de jaarlijkse bijeenkomst van 1596.

De Assembly kwam in maart in de St. Giles kathedraal, Edinburgh, bijeen. Een zeer diepgaande lijst van zonden werd voorbereid, die zich uitstrekte tot de misdaden van iedere klasse personen, van de Koning tot de geringste onderdanen toe. Meer ruimte werd gegeven aan de zonden van predikanten dan aan de goddeloosheid van alle andere klassen tezamen. De Plechtige Vergadering vond plaats op de dinsdag van de tweede week van de Algemene Assembly en ongeveer 400 mensen, meest predikanten, namen eraan deel.

Davidson preekte over Ezechiël 13 en 34 en handelde over de leugenachtige profeten en de herders die zichzelf weidden en niet hun schapen. Vervolgens riep hij zijn broeders op tot persoonlijke meditatie en belijdenis; en het was toen dat de Heilige Geest van God neerkwam en de oude Kathedraal-kerk weergalmde van het snikken en roepen van honderden predikanten die zichzelf voor God vernederden op de vuile vloer.

Er werd gevraagd om een openbare gelofte te doen van nieuwe overgave aan God Almachtig, en alle aanwezige mannen, behalve één, namen deel aan het opsteken van hun handen als blijk van een verbindende verplichting. Deze geest van gezamenlijk berouw drong door in al de Presbyteries en de opwekking van 1596 volgde.”

 

Sanctify the Congregation,  Edited by Richard Owen Roberts

International Awakening Press

 

-------

[1]) Dit woord (Solemn Assembly) wordt in de Eng. vert. gebruikt voor ‘verbodsdag’ in de Statenvert., bijv. in 2 Kron. 7:9 en Joël 2:15.