Gebed om Herleving

"God is getrouw ..."

1Kor.1:9

"... Die het ook doen zal"

1Thess. 5:24

Uitwerkingen / Vruchten / Wales 1859

Vruchten van de 1859 Opwekking in Wales
 

“Toen Sion onder de zonneschijn van het welbehagen Gods en de verkwikkende plasregens van de Heilige Geest uit haar sluimering ontwaakte, werd zij spoedig een levendige, sterke scheut. Haar groei kon niet gestuit worden, en terwijl het levende sap bleef stromen veranderde zij de wereld van gedaante met de zoete geur van haar bloemen, en droeg veel kostelijke vrucht. Dit nieuwe leven in de Kerk werkte spoedig als een onweerstaanbare kracht in de wereld, en tal van mensen werden de Kerk toegevoegd, die tevoren onder de meest profanen en zorgelozen waren geweest. (...)
Een voorbeeld hiervan geeft het getuigenis van één van de directeurs van de loodmijnen aan het eind van maart 1860:
‘Ik ben hier elf jaar geweest. Bijna al de mijnwerkers waren dronkaards en sabbatschenders. Zij kwamen op maandag naar hun werk met gekneusde gezichten en blauwe ogen. De verandering gaat alles waar ik ooit kennis aan had, te boven. Ik zag grote opwekkingen in Cornwall, maar niet één die te vergelijken is met de huidige ontwaking in deze streken. Ze werken hier in groepen van vier, zes, acht, twaalf en twintig. Er is geen groep zonder haar ondergrondse gebedsbijeenkomst, voordat men begint met het werk. Ze zingen mooi. Op zaterdag verzamelen zij zich ondergronds bijeen om dank te zeggen voor de barmhartigheden van de week. Er is nauwelijks een huis zonder gezinsaltaar.’

Menigten van bekeerden
Ongeveer 110.000 mensen werden bekeerd en de kerken toegevoegd als gevolg van de 1859 opwekking in Wales. De Calvinistische Methodisten en Congregationele kerken ontvingen elk ongeveer 36.000 nieuwe leden; de Baptisten ongeveer 14.000; de Wesleyanen ongeveer 5.000, en de Staatskerk ongeveer 20.000. (...)

Blijvende weldaden
De aldus genoteerde gevolgen waren niet van voorbijgaande aard, maar lieten een blijvende, weldadige indruk op de staat van de Kerk achter. De getrouwheid en volharding van de bekeerden, die duidelijk is aan te tonen, kan beschouwd worden als een aanwijzing van de diepte van het werk. Toen ds. John Jones in oktober 1859 schreef, kon hij van degenen die zich in Cardiganshire bij de kerken voegden, berichtten dat zij dit pas deden na veel overweging. In 1860 maakte Thomas Philips de volgende opmerkingen betreffende de methoden die in de opwekking gevolgd werden:
‘Bij iedere gelegenheid wordt er zorg voor gedragen het volk te onderrichten in de ware en onveranderlijke beginselen van de godsdienst. Zij worden gewaarschuwd tegen het blijven in een louter uitwendige belijdenis. Hun wordt verteld dat opwinding geen bekering is, dat een ontwaking van de consciëntie tot een besef van schuld en gevaar niet altijd uitloopt op een verandering van hart. Er wordt sterk en voortdurend op aangedrongen dat wélke hoop of vertrouwen zij er in hun eigen gemoed ook van mogen hebben dat zij zijn “overgegaan uit de dood in het leven”, het een misvatting, een misleiding is, tenzij het vergezeld wordt van haat tegen de zonde en een verzaking ervan in iedere vorm of gedaante; liefde tot heiligheid en de praktische vervulling van iedere zedelijke plicht. Hun wordt verteld dat de Bijbel de standaard van het godsdienstige gevoel moet zijn, evenals hij dat is van het godsdienstige geloof. In het kort, zij worden vermaand te zoeken naar een grondige verandering van hart, en daarvan bewijs te leveren in heiligheid van leven.’ (...)

Gezinsgodsdienst
Gezinsgodsdienst ontving vanuit de opwekking duidelijk een geweldige aandrijving. Waar deze Schriftuurlijke praktijk lastig en zonder nut was geweest, met de ervaringen van de opwekking werd het een tijd van geestelijke verlustiging en verkwikking. In zeer veel huizen waar deze praktijk nieuw was, werd het een bron van geestelijke voeding voor de jonge bekeerden, die de door de genademiddelen ontvangen zegeningen versterkte en kracht bijzette. ‘De algemene instelling van gezinsgodsdienst is een ander gezegend gevolg van de huidige ontwaking’, schreef Thomas Philips in 1860. Hij vervolgde:
‘Dit wordt van alle bekeerden verwacht, en zij beginnen er onmiddellijk mee. Hun wordt verteld dat zij niet voldaan moeten zijn met gebed en lofprijzing in het openbare heiligdom, maar dat God aanbeden moet worden in hun eigen huizen door hun verzamelde gezinnen; en dat, zoals in het geval van Abraham, Jehovah een altaar in hun woning moet hebben.’ (...)

Eenheid onder kerken
Een ander gevolg van de opwekking was de eenheid die onder de verscheidene denominaties aan de dag werd gelegd, in het bijzonder onder de Nonconformistische groepen [1]. Deze eenheid ontstond uit twee hoofdbronnen; de ene, een overeenstemming wat betreft de fundamentele waarheden van het Evangelie, en de andere, een algemeen, vurig verlangen naar een bezoeking van de Heilige Geest om Christus te verheerlijken als Zaligmaker en Heere.
Voor zover elke denominatie haar geloof en praktijk in die tijd baseerde op Gods geopenbaarde waarheid, zoals gevonden in de Heilige Schrift, bracht hun eenheid niet met zich mee de schending van enige van hun onderscheidende beginselen, noch het opgeven van enig essentieel geloofsstuk, daar ze zich hierin reeds op gemeenschappelijke grond bevonden. Bijgevolg waren hun gebedsbijeenkomsten en gezamenlijke diensten uitnemend nuttig in het bevorderen van het werk van de opwekking, daar deze gezond gebaseerd waren op essentiële, Goddelijk-geopenbaarde waarheid. Te Presteigne bijvoorbeeld kwamen alle Nonconformisten van de stad bijeen om te bidden voor de Goddelijke bezoeking ‘zonder enige schijn van sektarisme’.
‘Allen gevoelden diep de noodzaak van gebed – van verenigd gebed en inspanning voor de bekering van kostbare zielen; en daarom werd het huis des gebeds een verrukkelijk toevluchtsoord (...) Dit had een merkbare invloed op de wereld; want, behalve de ernstige geest van gebed die de overhand nam, zagen zij dat een ernstige geest van verenigd gebed en verenigde inspanning voor hun zaligheid de overhand namen. Zij zagen dat het niet langer de beweging van een partij of van een sekte was; maar dat al het ware van alle richtingen maar één algemeen doel voor ogen had, namelijk, de bekering van hun zielen – de heerlijkheid van Christus.’
Zodanig waren enige van de meer algemene vruchten van de 1859 Opwekking. Er waren er veel meer...”

Revival comes to Wales, Eifion Evans
Bryntirion Press, Wales (Evangelical Press – Darlington, Engeland, DL3 0PH)

-------
[1] Dwz. buiten de Staatskerk.