"God is getrouw ..."

1Kor.1:9

Gebed om Herleving

Gebed om Herleving

"God is getrouw ..."

1Kor.1:9

"... Die het ook doen zal"

1Thess. 5:24

Uitwerkingen / Gezinsgodsdienst / Wales 1795

Wales, Associaties [1] in 1795
 

Associatie te Machynlleth (15 en 16 april 1795)

“Aangaande de gezinsgodsdienst werd er opgemerkt dat de tekenen van verval en verzuim met betrekking hierop, te algemeen voorkwamen. Er werd bevolen aan degenen die in de kerk anderen onderwijzen, om tijdens het spreken met hun broeders over de staat van hun zielen, heel nauwkeurig onderzoek te doen betreffende hun gedrag en godsdienstige oefeningen, en hen te vermanen om aandachtig, waakzaam en naarstig te zijn in het uitvoeren daarvan, opdat zij een licht in de wereld mochten zijn, en een zoutend zout in hun gezinnen en omgeving.”


Associatie te Bala (15 en 16 juni 1795)

“Terwijl wij spraken over het punt van de godsdienstige oefeningen, werd de gelegenheid aangegrepen om te onderzoeken wat er in de verschillende graafschappen gedaan was met betrekking tot het onderwerp, genoemd in de Associatie te Machynlleth, en of de Maandelijkse Bijeenkomsten hadden meegewerkt tot herstel van deze breuken.

Er werd bevestigend geantwoord, vooral wat betreft de gezinsplichten. Dit onderwerp lag bijzonder op het hart van degenen die te Machynlleth aanwezig waren. In deze geest was het dat zij naar hun vrienden thuis terugkeerden: en er werd onderzoek gedaan in de Maandelijkse Bijeenkomsten van ieder graafschap, en in de eigen bijeenkomsten van iedere Kerk. Al waren de breuken meer en groter dan men gedacht had, toch werd er veel reden tot blijdschap en dankbaarheid gevonden in de getrouwheid van honderden, en voor de overvloedige genade die hun was geschonken. De gelukkige uitwerkingen van het Evangelie waren te zien in het gedrag van een groot aantal van de arme zondaren van ons land. Zestig jaar geleden zou het moeilijk geweest zijn om in Noord-Wales een enkel gezin te vinden dat God aanriep: maar nu, door de genade des hemels, zijn er honderden gezinnen die God in ieder graafschap aanroepen. Het is waarschijnlijk dat het noemen van het onderwerp een gelukkig iets was, en het middel kan zijn tot het vermenigvuldigen van biddende gezinnen in ons land.
 

Er werden enige vragen gesteld over de gezinsplichten: (...)
– Welke tucht moet worden uitgeoefend over diegenen onder ons die verzuimen om God in hun gezinnen te aanbidden? Hen te vermanen om dit met alle getrouwheid te doen, en hun te tonen het grote gevaar van zulk een schandelijk en goddeloos verzuim, hun gebrek aan getrouwheid voor de zielen die onder hun zorg staan, en de rekenschap die zij aan God moeten geven van hun rentmeesterschap als gezinshoofden. Als zij twijfelen aan de geschiktheid van hun gaven om in het gebed de leiding te nemen, laten ze dan formulieren gebruiken, totdat zij een gave verkrijgen om met gepastheid zonder te bidden.
– Wat als zij koppig in dit verzuim volharden, niettegenstaande iedere vermaning om te reformeren? Wij kunnen het niet als een te strenge maatregel zien, dat dezulken, na één of twee vermaningen, van de Kerk moeten worden afgesneden. Maar het is waarschijnlijk dat zulke nalatigen niet vaak gevonden zullen worden, of zij hebben ook andere hen aanklevende fouten, die hen tegelijk ongeschikt maken om in heilige plichten de leiding te nemen, én hen ook beroven van het voorrecht om leden van de Kerk te zijn.
Eén van de aanwezigen zei dat hij over dit punt enige twijfel had: – is het verzuimen van plichten een fout die iemand met recht afsnijdt van de Kerkelijke gemeenschap? Er werd geantwoord dat (...) een moedwillig en voortdurend verzuim van bevolen plichten, een publieke ongehoorzaamheid en opstand tegen God is. Een ander stelde de vraag: Is er in de Bijbel een positief gebod met betrekking tot de gezinsgodsdienst?

Er werd geantwoord:
1. Ofschoon er met zoveel woorden geen gebod staat, is er toch genoeg om aan te tonen dat het de plicht is van iedereen die een ernstig gemoed en een teder geweten heeft. Er wordt geboden dat ‘mannen zouden bidden in alle plaatsen’, 1 Tim. 2:8; en zo ja, dan is het heel zeker dat mannen met hun gezinnen behoren te bidden. Nog eens: ‘Zo iemand de zijnen en voornamelijk zijn huisgenoten niet verzorgt, die heeft het geloof verloochend, en is erger dan een ongelovige.’ 1 Tim. 5:8. En als het zondig is om niet voor hun lichamen te zorgen, mogen wij zeker zeggen dat het méér zondig is om niet voor hun zielen te zorgen. En opnieuw: ‘En deze woorden die ik u heden gebied, zullen in uw hart zijn. En gij zult ze uw kinderen inscherpen en daarvan spreken, als gij in uw huis zit en als gij op de weg gaat, en als gij nederligt en als gij opstaat.’ Deut. 6:6, 7. En is niet het bidden met onze kinderen, zowel als voor hen, één van de middelen om ‘hen op te voeden in de lering en vermaning des Heeren’? Ef. 6:4.
2. Er werd ook geoordeeld, dat wat duidelijk uit de Schrift afgeleid kan worden, Schrift is; en dat de godsdienstige voorbeelden van de godzaligen ons op dezelfde wijze binden als een positief gebod. David wijdde zijn huis in (titel van Ps. 30), en hoe kon hij dit doen behalve door gebed? Abraham, Jozua, Job, Daniël, Cornelius, Priscilla en Áquila worden met eer en lof in de Schrift vermeld, vanwege hun getrouwheid en aandacht in de vervulling van deze plicht. Gen. 18:19, Joz. 24:15, Job 1:5, Dan. 6:11, Hand. 10:2, Rom. 16:3-5, 1 Kor. 16:19, Kol. 4:15 en Filem. vs 2. De toorn van God zal worden uitgestort over ‘de geslachten [2] die de naam des Heeren niet aanroepen’, Jer. 10:25. Als het woord gezinnen hier in de ruimste zin moet worden genomen, dat is, voor een natie die uit dezelfde wortel sproot, laat dat de afzonderlijke persoon of het kleinste gezin niet vrij van de aangekondigde toorn: eerder houdt het ene het andere in. En deze bedreiging is een zwarte wolk over ieder gezin dat de naam des Heeren niet aanroept. Er werd daarom besloten, zonder één stem tegen: Dat het woord van God te lezen en het gezinsgebed te doen, een plicht is die wordt bevolen om dagelijks in praktijk gebracht te worden, en dat wij daardoor een zegen mogen verwachten voor onszelf en onze gezinnen. Ook deze keer gingen wij weer in vrede uiteen, terwijl we betuigden dat het goed was dat wij daar waren. Lof zij de Drie-eenheid. Amen.”

Uit de notulen van Thomas Charles (1755-1814).

Thomas Charles’ Spiritual Counsels, Edward Morgan
The Banner of Truth Trust

-------
[1] Driemaandelijkse bijeenkomsten, zoals in die tijd in Wales gewoon was.
[2] In de Eng. vert.: Families, gezinnen.