Gebed om Herleving

"God is getrouw ..."

1Kor.1:9

"... Die het ook doen zal"

1Thess. 5:24

Kenmerken / Zonde-overtuiging / Voorbeelden

 

 

Voorbeelden van zonde-overtuiging

 

“Opwekking is altijd een opwekking van heiligheid. En het begint met verschrikkelijke overtuiging van zonde. De vorm die deze zonde-overtuiging aanneemt is dikwijls datgene, wat moeite veroorzaakt bij degenen die over opwekking lezen. Soms is de ervaring verpletterend. Mensen wenen onbedaarlijk, en zelfs erger dan dat! Maar een opwekking zonder tranen van overtuiging en smart bestaat niet. (...)

In 1949 was Duncan Campbell op het eiland Lewis aan de westkust van Schotland getuige van dergelijke taferelen van overtuiging betreffende persoonlijke zonde: ‘De ontzaglijke tegenwoordigheid Gods bracht een golf van zonde-overtuiging die zelfs gerijpte Christenen hun zondigheid liet gevoelen, en benauwd gekerm en berouwvolle gebeden van de onbekeerden teweegbracht. Sterke mannen werden gebogen onder het gewicht van zonde en het geroep om genade werd vermengd met het vreugdegejuich van anderen die waren overgegaan in het leven.’ (...)

Maar dit is niet alleen een twintigste-eeuwse ervaring. Toen God in 1814 Cornwall bezocht, sprak het volk over ‘berouwvolle pijn’ wanneer mannen en vrouwen in grote benauwdheid over hun zonde waren. Te Tuckingmill duurde een bijeenkomst van zondag tot vrijdag, met mensen die de hele tijd kwamen en gingen. Tijdens deze ‘bijeenkomst’ was de ‘berouwvolle pijn’ in sommige gevallen extreem: ‘Honderden riepen het tegelijk uit om genade. Sommigen bleven een uur in grote zielsbenauwdheid, sommigen twee, zes, negen, twaalf uur en sommigen vijftien uur, voordat de Heere van vrede tot hun zielen sprak [1] – dan stonden zij op, strekten hun armen uit, en verkondigden de wonderwerken Gods.’ (...)

In oktober 1791 was er een krachtig werk van God in Bala, Noord-Wales. Het begon tijdens de prediking van Thomas Charles op een zondagavond, en tegen tien uur die avond ‘werd er van het ene einde van de stad tot het andere toe, niets anders gehoord dan het geroep en gekreun van mensen die in zielsbenauwdheid waren.’

Te Cambuslang in 1742, merkte dr. John Hamilton van Glasgow op: ‘Ik vond heel wat personen onder de diepste zielsoefeningen, terwijl ze het op de meest bittere wijze uitriepen over hun verloren en ellendige staat, wegens de zonde; over hun ongeloof, in het verachten van Christus en de aanbiedingen van het Evangelie; over de hardheid van hun hart; en over hun grove zorgeloosheid en onverschilligheid omtrent de godsdienst … niet zozeer … vanuit vrees voor straf als wel vanuit een besef van de oneer die God was aangedaan.’ (…)Niet zelden leidt deze diepe overtuiging tot open en publieke belijdenis. In Korea was het gewoon dat tijden van belijdenis, waarin verkeerde verhoudingen werden rechtgezet, volgden op zonde-overtuiging. ‘Soms stond een man op en deed alleen een gedeeltelijke belijdenis van wat hij verkeerd had gedaan, terwijl hij het gedeelte waar hij werkelijk beschaamd over was, achterhield; maar de volgende avond was hij weer aanwezig, bleek en gefolterd, gereed om bij de eerste gelegenheid op te staan en zijn dubbele zonde te belijden, in het verbergen van zijn grote zonde de avond daarvoor. Eens overtuigde de Geest een man, die dag noch nacht rust scheen te krijgen, totdat hij zijn hart voor de gemeente had ontlast en gedaan wat hij kon om het onrecht te herstellen.’

Wij moeten ons er ten volle van bewust zijn dat deze diepe en pijnlijke zonde-overtuiging een onvermijdelijk deel is van ware opwekking. Indien dit alles een schrikwekkend vooruitzicht lijkt te zijn, hebben wij goed te begrijpen dat God het teweeg zál brengen, en dat een diepe, onbehaaglijke en bij tijden overweldigende zonde-overtuiging een onontbeerlijk deel van opwekking uitmaakt. Wij hebben dikwijls een gekleurd zicht op opwekking, als een tijd van heerlijkheid en blijdschap en aanzwellende aantallen die in de rij staan om de kerken binnen te gaan. Dat is slechts een deel van het verhaal. Vóór de heerlijkheid en blijdschap, is er zonde-overtuiging; en dat begint bij het volk van God. Er zijn tranen en droefheid naar God. Er moeten verkeerde zaken recht worden gezet, geheime dingen, op het verst verwijderd uit de ogen der mensen, uitgeworpen worden, en slechte verhoudingen, jarenlang verborgen, openlijk hersteld. Indien wij hier niet op voorbereid zijn, zouden we er beter aan doen niet voor opwekking te bidden. Opwekking is niet bedoeld voor de genieting van de kerk, maar voor haar reiniging.”

 

Revival! A people saturated with God, Brian H. Edwards

Evangelical Press, Darlington, Engeland, DL3 0PH – ISBN: 0 85234 273 X

 

-------

[1] Zie Ps. 85:9.