"God is getrouw ..."

1Kor.1:9

Gebed om Herleving

Gebed om Herleving

"God is getrouw ..."

1Kor.1:9

"... Die het ook doen zal"

1Thess. 5:24

Kenmerken / Zonde-overtuiging / Torrington (USA)

 

 

Torrington in Connecticut (1798-99)

 

“Toen het gemoed was gearresteerd, beefde de zondaar. In het begin zag hij niet dat hij zulk een vreselijke bedreiging als de eeuwige gloed, van de hand van God verdiende. De gedachte was overstelpend. Het was waar, hij kon zijn zonden niet loochenen; maar hij wilde denken dat hij niet zo slecht was als sommigen voorstelden – dat zijn hart niet zo gekant was tegen zijn Maker, en zo onwillig om met Hem verzoend te worden. Bij het serieus letten op zijn geval, werd hem spoedig zijn misvatting bewust gemaakt. Bij het lezen, de onderrichtingen, raadgevingen en waarschuwingen werd hij onder overtuigingen gebracht, dat de God van de Schrift de ware God is, de Schepper en grote Soeverein van het heelal – dat de wet rechtvaardig en heilig is, en van de meest ernstige natuur – dat hij deze wet had geschonden, en blootgesteld was geworden aan haar ondraaglijke vloek – dat zijn hart veel zondiger en weerspanniger was dan hij zich had verbeeld – dat hij in de hand van deze God was, en niet kon ontkomen – en dat hij zijn leven niet zeker was.

Hoe meer hij bekend werd met de Schriften en zichzelf, hoe helderder deze waarheden hem voorkwamen; vooral de giftige natuur van zijn hart, de hoogmoed daarvan, de onwilligheid om voor God te buigen, en het murmureren over de voorwaarden van het leven. Zijn bekommernis en vrees voor het komende oordeel werden steeds groter naarmate hij dit alles zag. Hij werd er tenslotte toe gebracht zichzelf in de hand van God te zien, rechtvaardig veroordeeld, en het voorwerp van zijn loutere soevereine barmhartigheid. De Heere alleen kon hem behouden. Barmhartigheid was al zijn hoop.

De mate van licht en overtuiging varieerden in verschillende personen; maar dit is de algemene beschrijving ervan. Ze werden klaarblijkelijk gedood door de wet, voordat zij werden levend gemaakt door Jezus Christus. Voordat er verlichting kwam, werden zij teruggebracht tot een toestand waarin ze zich hulpeloos en troosteloos gevoelden, niets anders vrezend dan de eindeloze ellende. En wanneer deze last van benauwdheid werd weggenomen, werd dit gedaan in een weg, en op een tijd, die zij niet verwachten. De profeet Jesaja geeft een juist gezicht van hun geval in deze aandoenlijke woorden: ‘En Ik zal de blinden leiden door de weg, die zij niet geweten hebben, Ik zal hen doen treden door de paden die zij niet geweten hebben; Ik zal de duisternis voor hun aangezicht tot licht maken en het kromme tot recht’, Jes. 42:16.

Voorafgaand aan de nieuwe geboorte, hebben de onderwerpen van het werk heldere overtuigingen gehad van de aangeboren verdorvenheid van hun harten. Zij hebben gewoonlijk bevonden dat ze zetels van hoogmoed, zelfzucht en ontzaglijke weerspannigheid waren. Zij zijn ertoe gebracht te denken, dat de fontein binnenin hen erger was dan in anderen, dat hun harten meer verhard waren, meer bedrieglijk en onhandelbaar.

Sommigen zijn zich bewust geweest van zulke schokkende gevoelens als deze: ‘O, hoe wens ik dat er geen God was, hemel noch hel. Ik was liever geweest gelijk de beesten die vergaan, dan te zijn in de hand van zulk een God als Deze!’ Nadat zij de grote verandering hadden ondervonden, kwamen zij zichzelf veel erger voor dan tevoren. Toen konden ze uitroepen: ‘Ik dacht dat ik tevoren iets van mijn hart kende, maar ik kende er niets van. Het komt mij voor als een riool van alle verraderlijkheid, verdorvenheden en gruwelen! Hoe kan ik een Christen zijn? Kan ik een nieuw schepsel zijn, en mijn hart gevuld hebben met zo vele ijdele gedachten, en vreemde verbeeldingen?’”

 

Uit een verslag van een Godsdienstige Opwekking in Torrington, Connecticut, in de jaren 1789 en 1799, door ds. Alexander Gillet.

 

New England Revivals, Bennet Tyler, D.D. Richard Owen Roberts, Publishers