"God is getrouw ..."

1Kor.1:9

Gebed om Herleving

"... Die het ook doen zal"

1Thess. 5:24

Geschiedenis / Azië / Korea

 

 

Ontwikkeling van de grote herleving in Korea (1903-07)

 

“Het begin van de opwekking werd voor het eerst in Korea gezien in 1903. Dr. Hardie van Gensan, aan de oostkust, was gevraagd om enige toespraken over gebed voor te bereiden voor een kleine conferentie die de zendelingen voorgenomen hadden te houden. Terwijl hij zijn onderwerpen aan het voorbereiden was, uit Johannes 14 en elders, leerde de Heilige Geest hem vele dingen. Toen hij zijn besprekingen over het gebed hield, waren al de zendelingen bewogen. Naderhand ontmoetten de Koreaanse Christenen elkaar in conferentie en waren zeer klaarblijkelijk bewogen.

Toen bezocht Dr. Hardie tien zendingscentrums door Korea heen en hield zijn gebedsbesprekingen; en gedurende het jaar 1904, keerden tienduizend Koreanen zich tot God. De aldus begonnen opwekking duurde voort in kracht en geestelijke uitwerking tot 1906.

 

In juni, 1907, vertelde Mr. Swallen van Ping Yang mij hoe zij ertoe kwamen grotere dingen in Korea te zien. Hij zei: “Ik verwachtte persoonlijk niet grotere zegeningen in Korea te zien dan die wij gezien hadden tot het midden van het jaar 1906 toe. Toen wij onze resultaten in Korea vergeleken met die in China, Japan en elders, zagen wij dat onze inzamelingen alles in die landen ver te boven ging, en wij kwamen tot de gevolgtrekking dat God waarschijnlijk niet voorhad ons grotere zegeningen te verlenen dan wij alreeds gezien hadden. Maar onze ogen werden geopend te Seoul, in september 1906, toen Dr. Howard Agnew Johnston van New York ons vertelde van de opwekking in de Kassia Hills, India, in 1905-6, waar zij 8.200 bekeerlingen gedoopt hadden gedurende de twee jaren. Wij zendelingen keerden vernederd naar Ping Yang terug. Er waren er boven de twintig van ons in de Methodistische en Presbyteriaanse zending te Ping Yang. Wij redeneerden dat, aangezien er bij God geen aanzien des persoons is, Hij niet wenste grotere zegeningen in de Kassia Hills te geven dan in Ping Yang, dus besloten wij op het middaguur te bidden totdat er een grotere zegening zou komen.

Nadat wij omtrent een maand gebeden hadden stelde een broeder voor dat wij de gebedsbijeenkomst zouden stoppen, zeggend: ‘Wij hebben omtrent een maand gebeden en er is niets ongewoons van gekomen. Wij besteden heel veel tijd. Ik denk niet dat wij hier goed aan doen. Laat ons als gewoonlijk met ons werk voortgaan, en elk thuis bidden als wij het gelegen vinden.’ Dit voorstel scheen aannemelijk. Evenwel, de meerderheid besloot de gebedsbijeenkomst voort te zetten, gelovend dat de Heere Ping Yang niet zou ontzeggen wat Hij aan Kassia verleend had.”

 

Zij besloten meer tijd aan het gebed te geven in plaats van minder. Met het oog daarop veranderden zij het uur van twaalf naar vier uur; dan waren zij vrij om te bidden tot de tijd van het avondeten, indien zij dat wensten.

Er was weinig anders dan gebed. Indien iemand een bemoedigend bericht te verhalen had, werd dat gedaan terwijl zij voortgingen in gebed. Zij baden omtrent vier maanden en zij zeiden dat het gevolg was dat allen vergaten dat zij Methodisten en Presbyterianen waren; zij beseften alleen dat zij allen één waren in de Heere Jezus Christus. Dat was ware kerkeenheid; zij werd tot stand gebracht op de knieën; zij zou blijven duren; zij zou de Allerhoogste verheerlijken.

Omstreeks die tijd bezocht Mr. Swallen samen met Mr. Blair één van de buitenposten op het platteland. Terwijl hij de dienst op de gewone wijze leidde begonnen velen te wenen en hun zonden te belijden. Mr. Swallen zei dat hij nimmer zo iets vreemds tegengekomen was, en hij kondigde een lied af, terwijl hij hoopte de golf van ontroering die het gehoor overspoelde, te stuiten. Hij probeerde het verscheidene malen, maar tevergeefs, en met ontzag besefte hij dat een Ander die bijeenkomst leidde; en hij ging zo ver als mogelijk was uit het gezicht weg. De volgende ochtend keerden hij en Mr. Blair naar de stad terug met blijdschap, en vertelden hoe God tot de buitenpost gekomen was. Allen prezen God en geloofden dat de tijd om Ping Yang genadig te zijn bijna op handen was.

De eerste week van januari 1907 was nu aangebroken. Zij verwachtten allen dat God hen opmerkelijk zou zegenen gedurende de week van het algemene gebed. Maar zij kwamen aan de laatste dag, de achtste dag, en nog was er geen bijzondere openbaring van de kracht Gods. Die Sabbathavond waren omtrent vijftienhonderd mensen verzameld in de Central Presbyterian Church. De hemelen boven hen schenen als koper. Was het mogelijk dat God hen de uitstorting waar om gebeden werd, zou ontzeggen?

Toen werden allen opgeschrikt als ouderling Keel, de leidinggevende man in de kerk, opstond en zei: “Ik ben een Achan. God kan niet zegenen vanwege mij. Omstreeks een jaar geleden riep een vriend van mij mij op zijn sterfbed naar zijn huis en zei: ‘Ouderling, ik sta op het punt heen te gaan; ik wens dat u mijn zaken zult beheren; mijn vrouw is er niet toe in staat.’ Ik zei: ‘Stel uw hart maar gerust; ik zal het doen.’ Ik beheerde de boedel van die weduwe, maar ik beheerde hem om honderd dollars van haar geld in mijn eigen zak te doen. Ik heb God verhinderd, ik zal die honderd dollar morgenochtend aan die weduwe teruggeven.”

Ogenblikkelijk werd er beseft dat de barrières gevallen waren, en dat God, de Heilige, gekomen was. Overtuiging van zonde overspoelde de toehoorders. De dienst begon om zeven uur zondagavond en eindigde niet voor twee uur maandagochtend, toch stonden gedurende die gehele tijd dozijnen te wenen, terwijl zij hun beurt afwachten om zonden te belijden. Dag na dag verzamelde het volk zich nu, en altijd was het klaarblijkelijk dat de Louteraar in Zijn tempel was. Laat de mens zeggen wat hij wil, deze zondebelijdenissen werden door een niet-menselijke kracht bestuurd. Óf de duivel óf de Heilige Geest veroorzaakte ze. Geen Goddelijk verlicht gemoed kan voor één ogenblik geloven dat de duivel die voornaamste man in de kerk zulk een zonde deed belijden. Zij verhinderde de Almachtige God toen zij bedekt bleef, en zij verheerlijkte Hem zo spoedig als zij ontdekt was; en dit was op enige zeldzame uitzonderingen na het geval met alle zondebelijdenissen in Korea dat jaar.

 

Het vuur des Geestes in Korea - Jonathan Goforth