"God is getrouw ..."

1Kor.1:9

Gebed om Herleving

Gebed om Herleving

"God is getrouw ..."

1Kor.1:9

"... Die het ook doen zal"

1Thess. 5:24

Diversen / Sabbat / Elias

John Elias over de Sabbat

 

 “In onze persoonlijke godsdienstige bijeenkomsten, op onze Associaties en op kerkelijke bijeenkomsten, besteden we nu een goed gedeelte van onze tijd aan gesprekken over de sabbat. Er werd opgemerkt dat er een godsdienstig verval bleek te zijn in onze wijze van sabbatbesteding, vooral in de gesprekken vóór de prediking, en daarna op de weg naar huis, en in onze gezinnen.

We poogden ons gemoed te versterken in de zedelijkheid van het vierde gebod; dat het onder de Evangelische bedeling nog in haar volle kracht en sterkte is, terwijl het van ons eist één op de zeven dagen de Heere heilig te houden.

Dit punt werd met verscheidene redenen bewezen, zoals de instelling hiervan in de hof van Eden, en het geven hiervan aan de vader van het menselijk geslacht, niet aan de vader van enige bijzondere natie, maar aan het hoofd van ons allen. De patriarchen rekenden hun jaren met zeventallen. De waarneming van de sabbat was een gebod, aan Israël gegeven voordat de wet op Sinaï werd gegeven, Ex. 16. Toen werd het overgeleverd op Sinaï uit het midden van het vuur; het werd geplaatst temidden van de tien geboden, het werd tweemaal geschreven door de vinger Gods. Jesaja toont de grote achting en zorg des Heeren voor dit gebod in deze bedeling (56:1-6).

Christus sluit dit voorschrift in bij het eerste en grote gebod, toen Hij de zedelijke wet opsomde en verklaarde dat het was gemaakt ten nutte van de mens, vooral ten goede van zijn ziel.

Veel werd gezegd over de uitdrukking: ‘Gedenk’, om te tonen dat wij de sabbat behoren te gedenken voordat zij komt, door ons op haar komst voor te bereiden en te gedenken dat het de dag des Heeren is wanneer zij komt, opdat wij niet zó zullen handelen, als onbetamelijk is voor die grote en heilige dag.

We maakten enige opmerkingen wat betreft de gemoedsgesteldheden en gezindheden die gepast zijn voor de sabbat, zoals mediteren over Christus en Zijn werk, Zijn heerlijke opstanding, rusten op Christus in Zijn gehoorzaamheid en lijden, verder zich verlustigen in gesprekken betreffende de Zaligmaker, en zo kan de sabbat een verlustiging genoemd worden.

 

Wij onderzoeken iedere persoon in onze kerken, en vragen hen of zij de sabbat een verlustiging kunnen noemen. Er wordt aangewezen in welke zin de sabbat voor gelovigen een verlustiging is. Wij hebben zodoende een manier om met hen in gesprek te komen betreffende de staat van hun gemoed, hun gezinsgodsdienst, en de besturing van hun huisgezinnen. Wij geloven dat de godsdienstige staat van personen of kerken heel goed te merken is uit de wijze waarop zij de sabbat onderhouden.

Het is zeer pijnlijk te bedenken dat de wijze waarop velen de sabbat waarnemen, toont dat zij maar weinig verlustiging in Christus en een geringe hoop op de hemel hebben. Zo hebben zij geen inwendige grond om de sabbat gepast te onderhouden; ja, door te trachten op de sabbat uitwendig fatsoenlijk en consequent te zijn, wordt het een last voor hen.

Misschien zouden in uw kleine kerk gesprekken over deze dingen profijtelijk voor u zijn.”

 

Uit een brief van John Elias aan de gemeente te Steuben in Amerika, 7 september 1827.

 

 

John Elias (1774-1841) was één van de grootste predikers in Wales.

Zie Prediking > Predikers > J. Elias.