"God is getrouw ..."

1Kor.1:9

Gebed om Herleving

Gebed om Herleving

"God is getrouw ..."

1Kor.1:9

"... Die het ook doen zal"

1Thess. 5:24

Prediking / Preken / John Elias

 

Een beschrijving van de prediking van John Elias (1774-1841)

 

“De tekst was: Efeze hoofdstuk 2:12, voornamelijk de woorden in dat vers: ‘In die tijd waart gij zonder Christus.’ De kerk waarin de prediker deze tekst voor een preek nam, was de Wels-sprekende Calvinistisch Methodistische Kerk in Liverpool, tegen het einde van 1809. Een jongeman, Calvinistisch Methodistisch prediker, grotelijks door God in opwekkingen gebruikt, John Elias, was verantwoordelijk voor de prediking. En zijn thema, vanuit Efeze 2:12, was: De ellende van mensen zonder de Heere Jezus Christus.

De prediker hield niet alleen de belangstelling van de gemeente levend, maar tijdens de prediking was er onder de hoorders een groot besef van God, Zijn heiligheid en Zijn majesteit. Eén ooggetuige bericht dat er, terwijl de prediker voortging, in toenemende mate een besef van schrik, vanuit de eeuwigheid, over de gemeente kwam.

De waarheid van het woord waar hij uitleg over gaf, deed het bewustzijn van de luisteraars zó diep aan. Het was alsof bijna het hele volk zich op hun knieën bevond, en hun aangezichten waren zo bleek en wit geworden als krijt.

Tegen het einde van de preek riep John Elias tegen zijn gemeente uit, terwijl zijn stem beefde, en stromen van tranen langs zijn gezicht liepen: ‘O!’ zei hij, ‘O! Heb medelijden met de mensen die zonder Christus zijn! Er is geen tong die het ooit kan beschrijven. Tot in eeuwigheid kan ook het scherpste verstand nog niet de kleinste fractie bevatten van de ellende van mensen zonder Christus. Zij zijn naakt zonder enige bedekking. Zij zijn ziek zonder een Medicijnmeester. Zij zijn hongerig, en zonder het Brood des levens. Zij zijn schuldig, maar zonder gerechtigheid. Zij zijn ook vuil, maar zonder een Fontein waar zij zichzelf kunnen wassen. Zij zijn verloren zonder een Zaligmaker, en zij zijn verdoemd zonder een verzoening om Gods toorn af te keren.’ Overweldigd door die beschrijving, en de ontzaglijkheid van die beschrijving, van ongelovigen, weende de prediker. Hij boog zijn gezicht voor een ogenblik neer op de geopende Bijbel, vóór hem op de preekstoel. Er was een alarmerende stilte in de kerk, terwijl de aandacht het volk aangreep. De stilte werd slechts gebroken door de zuchten en het stille wenen van honderden mensen. Er was een besef van zondeovertuiging.

Toen verhief de prediker zijn stem, én zijn hoofd. Men kon bijna onmiddellijk de blijdschap in zijn gezicht zien. Het Evangelie van Christus begon hem opnieuw aan te grijpen. Hij riep uit: ‘Gezegend zij God!’ Hij ging verder met zijn volk te vertellen dat Christus vanavond gevonden kan worden, de Christus Die voor zondaren stierf, Die weder opstond, Hij kan vanavond gevonden worden door degenen die, tot nu toe, zonder Hem zijn.

'Wat een verlichting!’ zei hij vervolgens, en begon het volk aan te dringen om te komen en om in Christus te vertrouwen. Tal van mensen sprongen vóór het einde van de preek overeind, en juichten: ‘Dank, dank zij God.’ De kerk was in beroering, in lofprijzing en aanbidding. De preek was het middel tot eeuwig leven en zaligheid voor vele mensen, in die gemeente. Letterlijk tientallen werden in die kerk leden zowel als christenen, in de weken die volgden. ‘De heerlijkheid van Christus in Welse opwekkings-prediking…’”

 

Band-opname: The glory of Christ in Welsh Revival Preaching, dr. Eryl Davies