Gebed om Herleving

"God is getrouw ..."

1Kor.1:9

"... Die het ook doen zal"

1Thess. 5:24

Geschiedenis / Europa / Duitsland

 

 

Opwekking in Herrnhut (1727)

 

Deze herleving is van grote betekenis geworden in verschillende opzichten. De Moravische Broeders (of Herrnhutters) hebben als eerste een uitgebreid zendingswerk mogen ontwikkelen, zoals dat sinds apostolische tijden niet meer had plaats gevonden.

Verder heeft John Wesley door contacten met de Moravische Broeders, en door zijn bezoek aan Herrnhut in augustus 1738, zo veel zegen ontvangen, dat zijn leven en dienst daardoor wezenlijk verdiept werden. Daarna mocht hij in zijn dienst overvloedig vrucht dragen en heeft hij talloze opwekkingen meegemaakt.

 

In het volgende citaat lezen we over het begin van de opwekking in Herrnhut.

 

"Een wonderlijk leven begon zich in Herrnhut te roeren. Er was vuur hier, vuur daar, vuur alom. (...) Ds. Rothe werd ook door dit heilig vuur in gloed gezet. Hij jubelde van de genade Gods in Christus Jezus. Er was een toeloop tot de godsdienstoefeningen, gelijk men dit vroeger nooit had beleefd. De vlammen sloegen over op nabije en verre plaatsen. Duizenden mensen stroomden naar Herrnhut om het wonder te aanschouwen, dat daar geschied was, en om de zegen deelachtig te worden. Geen zaal was groot genoeg om de mensenmassa te bevatten. Zij stonden bij duizenden te luisteren onder open hemel, waar op verschillende plaatsen het Evangelie door Rothe, Zinzendorf en Christiaan David werd verkondigd. Er werd gebeden, zonden beleden, tranen geschreid, maar ook gezongen en gejubeld dag en nacht. Het vuur was niet tegen te houden.

Zo kwam 13 Augustus 1727. De gehele gemeente trok op naar Berthelsdorf, om samen het Heilig Avondmaal te gebruiken. Het werd een wonderlijke Dis. Ds. Rothe had nauwelijks het verloop van de dienst in zijn macht. Machtig werden de harten door de Heilige Geest bewogen. De broeders en zusters lagen op de grond en schreiden; zij vielen elkander om de hals en vroegen om vergeving. Dan hieven zij jubelliederen aan en prezen de Heere met luider stem. De ganse ochtend waren zij zo bij elkaar.

De Broedergemeente was geboren. In de middaguren vergaderden zij opnieuw, zoals in een bericht daarover wordt gezegd, ‘in stille, zalige gemoedsrust’. En zij leerden liefhebben. (...)

Er was een Gemeente ontstaan, die één van hart en ziel was, omdat zij allen dezelfde centrale ervaring hadden opgedaan: de vergeving in Christus’ bloed. (...) Zij wisten zich begenadigde zondaren; en wanneer Zinzendorf in een vergadering uitriep: ‘Niemand is zo zalig als een zondaar, die genade gevonden heeft!’, dan was dat hun aller diepste en heiligste ervaring. Deze levenservaring smolt hen samen tot een levensgemeenschap in ootmoedige, dienende en zichzelf opofferende liefde. (...) Christiaan David drukte het zo uit: ‘Het is waarlijk een wonder Gods, dat wij, die uit zo verschillende Kerken en sekten komen, als Katholieken, Lutheranen, Gereformeerden, Separatisten, Gichtelianen en dergelijke meer, tot één gemeenschap van Broeders en Zusters samengesmolten zijn.’ (...)

Op 18 Augustus kwam de Gemeente bij elkaar, om handslag te geven op de statuten, waarvan de hoofdpunten luidden:‘Herrnhut moet in oprechte gemeenschap der liefde met alle gelovige Broeders en Zusters uit andere Kerkgenootschappen staan. Geen veroordeling van en strijd tegen gelovigen, die een andere opvatting van bijkomstige dingen hebben, mag er geduld worden. Men moet er de evangelische eenvoud, oprechtheid en broederlijke liefde bewaren als een toevertrouwd pand en daarbij bedenken, dat alles genade is. Het afschuwelijke veroordelen van anderen moet in onze gemeente een gruwel zijn. De leden moeten in reine liefde alles voor elkaar over hebben en elkaar dienen, zelfs boven hun vermogen.’”

 

Graaf von Zinzendorf, P.M. Legêne