Gebed om Herleving

"God is getrouw ..."

1Kor.1:9

"... Die het ook doen zal"

1Thess. 5:24

Prediking / Kenmerken / Burns

 

Uit het dagboek van William Chalmers Burns (1815-1868)
 

“Perth, Sabbat, 22 maart, 1840

Ik reed naar huis, terwijl ik heel de weg bad en na een uur alleen te zijn geweest, ging ik om zes uur naar de kerk (St. Leonard’s) met een duidelijke heenwijzing naar Deuteronomium 32:35 als mijn onderwerp. De kerk was als gewoonlijk een opeengepakte massa van mensen.
Ik maakte voor mijzelf gebruik van vele aanwijzingen in Edwards’ preek [1], terwijl ik in deze volgorde te werk ging:
Ik nam het hele vers als mijn onderwerp en overdacht:

 

I. Wat bedoeld werd met wraak, vergelding en ondergang, de dingen die de goddelozen zullen gebeuren, hetgeen ik, Edwards in zijn toepassing navolgende, opengelegde in drie bijzonderheden:
1e. Het is de toorn van Jehovah.
2e. De vurigheid van Zijn toorn.
3e. De vurigheid van de toorn van Jehovah tot in eeuwigheid.

 

II. In de tweede plaats stelde ik de vraag: Wat is het dat deze toorn uitstelt tot de vastgestelde tijd? Met andere woorden: Wat is het dat een onbekeerde zondaar een ogenblik uit de hel houdt? Hierop werd dit geantwoord, in negatieve zin:
1e. Het is niet de Goddelijke rechtvaardigheid. Deze heeft de zondaar alreeds veroordeeld tot de eeuwige toorn.
2e. Het is niet dat God een behagen heeft in de zondaar; integendeel, Hij is ontzaglijk vertoornd tegen hem, en in vele gevallen meer vertoornd dan tegen velen die alreeds in de hel zijn.
3e. Het is niet wegens iets dat de zondaar gedaan heeft, of aan het doen is, of van plan is te doen.
4e. Het is niet wegens een goed lichamelijk gestel of een grote zorg om het leven te behouden van de kant van de zondaar of andere personen ten behoeve van hem.
5e. Het is niet wegens enige belofte die door God aan de onbekeerden gegeven is.
Maar, in positieve zin: Zondaars worden van ogenblik tot ogenblik uit de hel gehouden, alleen door de lankmoedigheid Gods, Die ‘met veel lankmoedigheid verdraagt’ [Rom. 9:22]. Ik kwam er toen toe om het onderwerp toe te passen op het geval van de onbekeerden en ging voort met aan te tonen, dat zij door de hand van een lankmoedig God nog boven de put van de hel hingen en nochtans uitzinnig bezig waren met die God te haten en te wederstaan en Hem te tarten om hen los te laten en in de vlammen te laten vallen, in het bijzonder door Jezus, Zijn onuitsprekelijke gave, te verwerpen.

 

Deze uiteenzettingen leken vergezeld te gaan van een buitengewone mate van de Heilige Geest en de gevoeligheid van de hoorders werd zo intens dat, toen één man op het pad van de galerij hoorbaar uitriep: ‘Heere Jezus, kom en red mij’, de grote meerderheid van de gemeente hoorbaar uitdrukking gaf aan hun ontroering in een algemeen geween. Ik veranderde het onderwerp onmiddellijk en begon, evenals in Kilsyth, zulke uitnodigingen als Jesaja 53 te herhalen, terwijl ik Jezus als Gods vrije gave op allen aandrong. Na een paar minuten werd de grote menigte kalmer, maar toen ik voortging met in het bijzonder diegenen aan te spreken die onboetvaardige toeschouwers bleven, werd de gevoeligheid weer even diep en algemeen als tevoren. Voor mij, vanaf de preekstoel kijkende, scheen de gehele menigte van het volk badende in tranen, ouden zowel als jongen, mannen evenals vrouwen.
De tweede keer dat deze gevoelens zich vertoonden, duurde een paar minuten en ik eindigde geleidelijk, terwijl slechts enkelen hier en daar door de kerk verspreid in grote en zichtbare benauwdheid van ziel bleven. Toen de indruk zo diep en overweldigend was, werden velen die niet hielden van zulk een heerlijke openbaring van Goddelijke kracht, of die niet verstonden, geërgerd en één man kwam de trap van de preekstoel op en vroeg mij het volk weg te zenden!
Nadat ik een aanzienlijke tijd langer dan de gebruikelijke periode had gebeden en gezongen met het volk, met korte toespraken ertussen verspreid, sprak ik de zegen uit en vroeg hun om uiteen te gaan, terwijl ik beloofde om iedereen die verder gebed en besturing wenste, te ontmoeten in een schoolgebouw.
Evenwel wilde er nauwelijks iemand weggaan en zelfs nadat al de lampen in de kerk, behalve twee, één voor één gedoofd waren, bleven er nog een paar honderd in de kerk die zich niet wilden, en in sommige gevallen niet konden, verwijderen.

Mr. Milne arriveerde toen het bijna tien uur was en wij vonden het noodzakelijk om opnieuw te zingen en te bidden. Nadat wij dit gedaan hadden kregen wij tenslotte de mensen weg. Ik daalde af naar de school van mejuffrouw Ramsay en ontmoette daar zo velen als het huis en de gang maar konden bevatten, beiden mannen en vrouwen, ofschoon voornamelijk de laatste, allen in diepe benauwdheid over hun zielen en in de meeste gevallen in tranen. Ik bleef er gedurende een uur en liet hen toen allen achter om tezamen te bidden en te zingen, waar zij nog enige tijd langer mee doorgingen.
Deze heerlijke nacht scheen mij op dat ogenblik, maar lijkt ook van alle waarvan ik sindsdien gehoord heb, misschien wel de meest wonderlijke te zijn geweest die ik ooit heb gezien, mogelijk met uitzondering van de eerste dinsdag in Kilsyth. Dit verschil was er voornamelijk tussen deze twee gelegenheden, dat een groot aantal van degenen die op deze tijd aangedaan waren, gedurende de voorafgaande weken overtuigd of bekeerd werden, terwijl in Kilsyth bijna allen behalve de bevestigde kinderen Gods voor de eerste maal tot ontwaking werden gebracht. Ere zij het Lam. Dit is de laatste Sabbat van het eerste jaar van mijn bediening als een gezant van Christus! Tot lof en heerlijkheid van de oneindige, eeuwige, vrije en soevereine barmhartigheid en genade. Looft de Heere!”

God’s Polished Arrow – W. C. Burns, Dr. Michael McMullen
Christian Focus Publications

-------
[1] Jonathan Edwards (1703-1758)
Zie voor deze preek ‘Sinners in the hands of an angry God’: The works of Jonathan Edwards, volume 2. Of (in het Nederlands vertaald) ‘Zondaren in de handen van een vertoornd God’: Een schuilplaats in gevaren, Jonathan Edwards.