Gebed om Herleving

"God is getrouw ..."

1Kor.1:9

"... Die het ook doen zal"

1Thess. 5:24

Kenmerken / Tegenwoordigheid Gods / Amerika 1740

 

 

God onder de wezen in Savannah (Amerika 1740)

 

“Moge God u geven dat u zich gedurig aan Hem toewijdt, en u zó vervullen met Zijn Geest, dat terwijl u voor God op aarde werkzaam bent, u mag zijn als die gezegende engelen welke, ofschoon ze ons dienen, toch altijd het aangezicht zien van onze Vader Die in de hemelen is. Mijn geliefde broeder, laat de liefde van Jezus u dringen om Hem met geheel uw ziel lief te hebben. Een gevoel van Goddelijke liefde versmelt nu mijn hart, en doet tranen uit mijn ogen lopen. O, welk een wonderlijke dingen doet God heden in Amerika! Ook Savannah, mijn geliefd Savannah, vooral mijn kleine wezen, beginnen nu de liefde van Jezus Christus te gevoelen. Ik kwam hier pas ongeveer twee dagen geleden aan, voor mijn vrienden op een geheel onverwacht uur. Hoe weenden wij over elkaar van blijdschap! Misschien zal ik mij nooit weer zo gevoelen, totdat ik de zonen van God in heerlijkheid ontmoet; maar o, wat een tafereel werd gisteravond in de gemeente gezien! Hoe verschenen de statige voetstappen van onze heerlijke Immanuël! Zijn heerlijkheid schitterde met buitengewone helderheid. De kracht scheen de hele dag over te komen. Mijn ziel is erg uitgegaan voor deze plaats, en nu gaat de Heere mijn gebed beantwoorden. (...) Ik bad met drie van de meisjes voordat ik naar de kerk ging, en hun harten stonden op het punt om te breken; ik bad ook, met sterke roepingen en tranen, samen met mijn andere geliefde vrienden, en God was toen bijzonder met ons; maar o, wat werd er gezien, gehoord en gevoeld toen wij naar de kerk kwamen! De kracht des Heeren kwam als het ware over allen. De meeste kinderen, zowel jongens als meisjes, huilden bitter, en het merendeel van de gemeente was badend in tranen, en rouwklaagde zoals een vrouw rouwklaagt over haar eerstgeborene. De geestelijke inspanning maakte mijn lichaam zwak, maar mijn ziel worstelde nog steeds ernstig met God. Nadat ik was thuisgekomen, ging ik op mijn bed liggen; maar toen ik de kinderen en mensen huilend thuis zag komen, begaf ik mij weer tot het gebed, en een grotere kracht dan ooit ging er steeds mee gepaard. O, hoe ging mijn ziel uit, en hoe vervulde de Heilige Geest de kamer! Tenslotte achtte ik het gepast om hen weg te zenden; maar het zou uw hart bekoord hebben, de kleintjes in verschillende delen van het huis te horen bidden en bedelen, dat Jezus hun harten volledig in bezit zou nemen. Dezelfde kracht duurt vandaag nog voort; bijna twee uur lang zijn vijf van de meisjes voor het aangezicht des Heeren hoogst bitter aan het wenen geweest. De zielsworstelingen waren zo groot, dat het mij hoop gaf, dat onze Heere hun spoedig verlossing zal zenden.”

 

Uit een brief van George Whitefield (1714-1770), aan Mr. James Hutton in Londen, gestuurd vanuit Savannah, op 7 juni 1740.

George Whitefield’s Letters – 1734-42

The Banner of Truth Trust