"God is getrouw ..."

1Kor.1:9

Gebed om Herleving

Gebed om Herleving

"God is getrouw ..."

1Kor.1:9

"... Die het ook doen zal"

1Thess. 5:24

Prediking / Kenmerken / Amerika

 

Prediking in Amerika

gedurende de eerste en tweede ‘Great Awakening’
 

Al de grote opwekkingspredikers uit deze tijd hadden een duidelijke en krachtige boodschap van Wet en Evangelie. Zij bouwden op het fundament, gelegd door de Reformatie en de Puriteinen.

De eerste ‘Great Awakening’ (1740-42)
Een indrukwekkend voorbeeld uit de 18e eeuw geeft dr. Heman Humphrey (1779-1861) in zijn boek Revival Sketches and Manual:

“Het ‘Getuigenis’ van een groot aantal herders (predikanten) in oostelijk Massachusetts, gedrukt en de kerken toegezonden in de zomer van 1745, zegt: ‘Het voornaamste middel van de grote opwekking was de buitengewone prediking van de meer belangrijke leerstukken van de Schrift, zoals deze:

Het alziende oog, de reinheid, rechtvaardigheid, waarheid, kracht, majesteit en soevereiniteit van God – de geestelijkheid, heiligheid, uitgestrektheid en striktheid van Zijn wet – onze oorspronkelijke zonde [erfzonde], schuld, ontaarding en verdorvenheid door de val, met insluiting van een ellendige onwetendheid aangaande God en vijandschap tegen Hem – onze onmacht en afkeer om ons tot Hem te bekeren, de noodzaak dat Zijn wet vervuld zou worden, Zijn rechtvaardigheid bevredigd, de eer van Zijn heiligheid, gezag en waarheid gehandhaafd in Zijn handelen tegenover ons – onze uiterste onmacht om onszelf te helpen, en ons voortdurend gevaar om naar de eindeloze ellende te worden gezonden – de verbazingwekkende tentoonspreidingen van de absolute wijsheid en genade van God, door een plan uit te denken en in alles te voorzien wat onze verlossing betreft – de Goddelijkheid, het middelaarschap, de volmaakte heiligheid, gehoorzaamheid, offerande, verdiensten, voldoening, verwerving en genade van Christus – de natuur en noodzaak der wedergeboorte tot het heilige Beeld Gods door de bovennatuurlijke werking van de Goddelijke Geest, met de verscheidene delen van Zijn ambt in het verlichten van ons gemoed, het tot ontwaking brengen van onze consciënties, en het verwonden, verbreken, vernederen, onderwerpen en veranderen van onze harten.

Ook de natuur van de Evangelische gehoorzaamheid en heiligheid, en hun noodzaak, niet als een reden tot rechtvaardiging, maar als de vrucht en het bewijs van het rechtvaardigmakend geloof, en om God te verheerlijken en Hem te genieten, het voornaamste einde zowel van onze schepping als onze verlossing; en ten laatste, de soevereiniteit van de genade Gods in deze gehele handeling, vanaf haar oorspronkelijke voornemen tot haar voltooiing in heerlijkheid.’”


De tweede ‘Great Awakening’ (1792-1842)
Wat betreft de predikers uit zijn eigen tijd, getuigt dr. Humphrey het volgende:

“Hun prediking was niet in menselijke wijsheid, maar in betoning van de Geest, en van kracht. Zij was uitnemend Schriftuurlijk. De predikanten uit die dagen lazen en bestudeerden de Bijbel meer dan alle andere boeken. Zij hadden hem van hun Meester ontvangen als hun enige opdracht. Uit kracht daarvan, als gezanten van Christuswege, baden zij zondaars van Zijnentwege om zich met God te laten verzoenen.

Het was verrassend om op te merken hoe gemakkelijk zij hoofdstukken en verzen uit alle delen van de beide Testamenten aanhaalden, zonder ook maar één blad om te slaan. Werkelijk, soms scheen het mij toe alsof zij de hele Bijbel uit het hoofd kenden. Het is geen kleinering om te zeggen dat zij er veel meer van wisten dan de meeste predikers nu. Zij hadden een grote hoeveelheid meer van de Bijbel in hun preken. Bijna al hun illustraties zowel als hun bewijzen werden uit zijn rijke en onuitputtelijke schatten gehaald.

‘Zo zegt de Heere,’ was genoeg voor hen, laat iedereen die wilde dan maar bekritiseren, vitten of lasteren. Zij schuwden het niet, hetzij uit vrees of gunst, om al de raad Gods te verkondigen zoals zij die verstonden, hetzij de mensen het horen zouden, of hetzij dat zij het laten zouden. Zij omkransten het zwaard niet met bloemen, maar lieten de twee kanten bloot en scherp om te snijden waar zij maar wilden – hoe dieper, hoe beter; en zij pasten geen verzachtende middelen toe om de breuk op het lichtste te genezen.
De vaders uit die dagen, waarover ik spreek, wat voor andere dingen hen ook ontbroken mogen hebben, waren Gamaliëls in de wet en de profeten. Zij deden geen beroep op de hartstochten en er waren geen uitroepen en stuiptrekkingen onder hun prediking, zoals er geweest zijn in de ‘Great Awakening’.
Het woord van God was, zoals onze predikant het gebruikte, levend en krachtig, scherp snijdender dan enig tweesnijdend zwaard, en ging door tot de verdeling der samenvoegselen en des mergs, en oordeelde de gedachten en de overleggingen des harten. O, welk een smart hadden wij eronder.

Ik herinner het mij goed in mijn eigen geval, en ook hoe mijn hart in opstand kwam tegen sommige van de leerstellingen waarvan mijn Bijbel en mijn geweten mij vertelden dat zij waar waren, totdat ik er, gelijk ik hoop, toe gebracht werd om te buigen en mij te onderwerpen aan de voet van het kruis.

En zoals het met mij was, zo was het ook met menigten anderen. Wij klaagden over sommige van Paulus’ harde uitspraken en verwonderden ons waarom onze predikanten daar zo lang bij stil bleven staan. Wij wilden in de een of andere gemakkelijker weg naar de hemel gaan. Maar in plaats van één jota of tittel te laten vallen om ons verlichting te geven, drukten zij harder en harder, terwijl zij ons van de ene toevlucht naar de andere dreven, tot er geen schuilplaats overbleef. Wij werden ertoe gebracht te gevoelen dat de wet die wij dagen zonder getal hadden gebroken, recht was – haar vurige straf hing boven onze hoofden en wij moesten ons onderwerpen of sterven. Onder zulk een prediking was het moeilijk om hoop te krijgen; maar wanneer deze omhelst was, kon men zich er meer op verlaten dan als die verkregen was geweest in een gemakkelijker weg.
Wanneer wij ontwaakt waren, zeiden onze geestelijke leiders en leraars nimmer tot ons: ‘Weest niet ontmoedigd; wacht op Gods tijd en Hij zal u verlossen.’ Neen, neen; maar: ‘Hoe lang zult u uw opstand tegen God uithouden?’ Zij vroegen ons, terwijl wij in deze staat waren, nooit: ‘Gevoelt u zich niet wat beter?’ maar: ‘Waarom onderwerpt u zich niet aan God en werpt uzelf op Zijn genade, door het geloof de Heere Jezus Christus omhelzende, Die uit de hemel nederkwam teneinde het verlorene zalig te maken. Bekeert u, bekeert u; waarom zoudt gij sterven?’
Ik zeg niet dat dit werk van de wet, zoals het passend genoemd werd, in alle gevallen even opvallend en scherp was. Dat was het niet. Hij, Die alle dingen werkt naar de raad van Zijn wil, opende sommige harten, zoals Hij dat van Lydia geopend schijnt te hebben, om dadelijk de waarheid in de liefde ervan aan te nemen. Maar ik ben er geheel zeker van dat in de meeste gevallen de bekeringen in die opwekking voorafgingen door scherpe overtuiging van zonde en van de verdiende straf. Het was bij uitnemendheid een wet-opwekking, die eindigde in des te overvloediger en blijvender vertroostingen van het Evangelie. Diegenen hadden het meeste lief, die gevoelden dat hun het meeste vergeven was.”

Revival Sketches and Manual, Rev. Heman Humphrey, D.D.
Sprinkle Publications