"God is getrouw ..."

1Kor.1:9

Gebed om Herleving

Gebed om Herleving

"God is getrouw ..."

1Kor.1:9

"... Die het ook doen zal"

1Thess. 5:24

Kenmerken / Zonde-overtuiging / Freehold (USA)

 

 

Freehold in New Jersey (1744)

 

“Degenen die tot bekering zijn gekomen, waren ieder erop voorbereid door een scherp werk van de wet in zonde-overtuiging, dat op een hartroerende wijze hun zondigheid, beide van nature en door praktijk, aan hen ontdekte, zowel als hun blootstelling aan de verdoemenis vanwege hun oorspronkelijke en dadelijke overtredingen. Ook konden zij geen enkele weg in zichzelf zien waardoor zij de Goddelijke wraak konden ontkomen; omdat hun gehele voorbije leven niet alleen een voortdurende daad van opstand tegen God was, maar dat ook hun tegenwoordige pogingen om zich te verbeteren, zoals gebeden, enz. zó onvolmaakt waren, dat zij die niet konden verdragen, en veel minder, concludeerden zij, zou een heilig God dat kunnen. Zij beleden allen de rechtvaardigheid van God in hun eeuwige verderf; en waren zo gevangen geleid tot de gezegende noodzakelijkheid om verlichting te zoeken door geloof in Christus alleen.

Er zou geen eind aan komen om de kwade dingen te noemen waarover zij klaagden, nl. onwetendheid, ongeloof, hardheid van hart, haat tegen God, Zijn wetten en volk, wereldsgezindheid, afdwalingen van het hart in de plichten, hoogmoed, zinnelijkheid, traagheid, enz. Met welk een smart, schaamte en zelfverfoeiing heb ik hen horen jammeren over hun verlies van tijd en veronachtzaming van de grote zaligheid van het Evangelie! Diegenen die vóór hun ontwaking Avondmaalgangers waren, hebben met beven verklaard dat hun onwaardig deelnemen hen meer smartte dan iets anders wat ze ooit deden; want hierdoor hadden zij, als het ware, de Heere vermoord. Het is bijna ongeloofwaardig om de verontwaardiging te beschrijven, die zulke ontwaakte zondaars tegen zichzelf betuigden wegens hun zondigheid. Zij zagen op zichzelf als enkel monsters van nature, en dat niemand slechter was, als er misschien nog iemand even slecht was. Anderen gaven te kennen dat zij hun beeltenis buiten de hel niet konden vinden, en dat zij gepaste metgezellen waren voor de verdoemden, en voor niemand anders. En hier moet opgemerkt worden dat sommigen die zichzelf op zulk een wijze uitdrukten, tevoren voor gelovigen werden gehouden, beide door henzelf en anderen, omdat ze matig en oppassend waren in hun wandel.

De smarten van de overtuigden waren niet alle gelijk, hetzij in mate of uiting. Sommigen hebben het voor hen niet mogelijk geacht om zalig te worden, indien God de eer van Zijn rechtvaardigheid wilde handhaven; maar deze gedachten bleven niet lang voortduren, geloofd zij God. Anderen dachten dat het mogelijk was, maar niet zeer waarschijnlijk, vanwege hun snoodheid. De grootste mate van hoop die iemand had, onder een overtuiging met goede afloop, was een ‘misschien’; de zondaar zei: ‘Wellicht of misschien zal God Zich over mij ontfermen.’ Sommigen zijn in het komen tot Jezus zeer verscheurd geworden door godslasterlijke en andere gruwelijke verzoekingen, welke hun sap hebben veranderd in zomerdroogten; maar die nu door loutere genade God dienen, in blijdschap en eenvoudigheid van hart, zonder nog zo verbijsterd te zijn. De overtuiging van sommigen is ogenblikkelijk geweest, doordat de Heilige Geest de wet aan het geweten toepaste, en aan het oog van het verstand, als het ware, zeer snel al de bedriegerijen van hun hart ontdekte; waardoor zij als met een zwaard doorstoken zijn geworden. Maar de overtuiging van anderen ging in een meer geleidelijke weg. Aan hen werd de ene gruwel van hun leven na de andere ontdekt; en vervolgens werden ze ertoe geleid om de fontein van alle verdorvenheid in het hart te aanschouwen; en zo werden zij gedwongen om te wanhopen aan het leven door de wet, en daarom tot Jezus te vlieden als de enige Deur van hoop, en zo geheel en al op Zijn verdiensten ter zaligheid te rusten."

 

Uit een brief van William Tennent (1705-1777) over de opwekking te Freehold in New Jersey, gedateerd 9 oktober, 1744.

Historical Collections of Accounts of Revival, John Gillies

The Banner of Truth Trust