Gebed om Herleving

"God is getrouw ..."

1Kor.1:9

"... Die het ook doen zal"

1Thess. 5:24

Kenmerken / Gods heiligheid / B. Edwards

 

Openbaring van Gods heiligheid 

“Degenen die het meest naar opwekking verlangen, behoren te beginnen met hun harten en levens te onderzoeken in het licht van een heilig God en Zijn Woord. Als wij onze zonden bedekken en ze nú niet belijden, kan het zijn dat wij, wanneer er opwekking komt, onszelf voor de gemeente vinden staan om belijdenis te doen. Toen God in 1953 de Kongo bezocht, duurde het twee maanden voordat de ongelovige wereld werd aangeraakt; maar dat waren twee pijnlijke maanden voor de kerk, met zendelingen, predikanten, ouderlingen en evangelisten die hun zonde beleden. De reden waarom deze zonde-overtuiging zo’n belangrijk deel uitmaakt van opwekking, is eenvoudig omdat de tegenwoordigheid van een heilig God zo werkelijk is. Een heilig God maakt de Christen bewust van de ernst van zelfs de kleinste zonde. Toen Jesaja de tempel binnen ging en stond in de tegenwoordigheid Gods, was zijn antwoord vernietigend in het veroordelen van zichzelf: ‘Wee mij! ... Ik verga! daar ik een man van onreine lippen ben, en ik woon in het midden van een volk, dat onrein van lippen is; want mijn ogen hebben de Koning, de Heere der heirscharen gezien’ (Jes. 6:3-5).
De reden waarom er heden ten dage zo weinig berouw onder onze gemeenten is, is niet zozeer omdat onze preken niet tegen de zonde gericht zijn, maar omdat God niet onder ons gevoeld wordt. Degenen die weten dat ze in de tegenwoordigheid zijn van een heilig God, zijn zich altijd bewust van persoonlijke zonde. Daniël is één voorbeeld: ‘Wij hebben gezondigd, en hebben onrecht gedaan, en goddelooslijk gehandeld en gerebelleerd, met af te wijken van Uw geboden en van Uw rechten. En wij hebben niet gehoord naar Uw dienstknechten, de profeten, die in Uw Naam spraken tot onze koningen, onze vorsten en onze vaders, en tot al het volk des lands’ (Dan. 9:5-6).
Nehemia was zelfs duidelijker omtrent zijn eigen persoonlijke zonde, toen hij tot God riep voor de vervallen stad Jeruzalem: ‘Ik doe belijdenis over de zonden der kinderen Israëls, die wij tegen U gezondigd hebben; ook ik en mijns vaders huis, wij hebben gezondigd. Wij hebben het ganselijk tegen U verdorven; en wij hebben niet gehouden de geboden, noch de inzettingen, noch de rechten, die Gij Uw knecht Mozes geboden hebt’ (Neh. 1:6-7).
Een illustratie hiervan zien wij duidelijk in wat er gebeurde te Baria op Borneo in 1973. Een Christen, Taman Ngau, vermeldt van de tijd dat de hele stad naar de kerk scheen te gaan: ‘Daar in de kerk vonden wij de Heere. De gehele plaats was vol van de Geest des Heeren. (...) Sommigen beleden hun zonden en wij begonnen ook te belijden. (...) We zagen hoe vuil we waren in de tegenwoordigheid van een heilig God.’”

Revival! A people saturated with God, Brian H. Edwards
Evangelical Press, Darlington, Engeland, DL3 0PH – ISBN: 0 85234 273 Xt